Nieuwsbrief september 2013

1 Inleiding

 De fiscale wetgeving wordt ieder jaar aangepast. Met deze brief informeren wij u graag over de Belastingplannen 2014 die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Maar ook over andere wetsvoorstellen, waarvan enkele inmiddels zijn aangenomen. Andere wetsvoorstellen zijn nog in behandeling bij de Eerste of Tweede Kamer en kunnen daarom nog op onderdelen wijzigen. Naast informatie over de nieuwe wetgeving, bevat deze brief ook een overzicht met tips en actiepunten waarmee u uw fiscale voordelen dit jaar nog optimaal kunt benutten.

  1. Aanhangige wet- en regelgeving

 2.1 Wijzigingen ontslagrecht, WW en flexrecht op komst

Alle werknemers, dus ook de flexwerkers, krijgen na ten minste 2 jaar recht op een vergoeding waarmee zij via scholing makkelijker kunnen overstappen op een andere baan of een ander beroep. De preventieve toetsing in het ontslagrecht blijft bestaan en ook de wettelijke bescherming van werknemers tegen ongerechtvaardigd ontslag. De duur van de WW-uitkering wordt tussen 2016 en 2019 stapsgewijs verkort van 38 tot 24 maanden. Flexwerkers krijgen vanaf 1 januari 2015 al na twee (nu drie) jaar recht op een vast contract. Dit zijn de uitwerkingen van het sociaal akkoord dat het kabinet in april 2013 heeft gesloten met de sociale partners. Dit moet resulteren in een wetsvoorstel dat in het najaar naar de Tweede Kamer gaat.

 2.2 Meer mogelijkheden voor flexibel werken

Werknemers kunnen vanaf 1 januari 2014 arbeid en zorg beter met elkaar combineren. Zij kunnen dan arbeidstijden aanpassen of hun werkgever vragen om een thuiswerkdag. De werkgever mag een verzoek om flexibel werken niet zomaar naast zich neerleggen. Hij moet daarvoor een onderbouwing geven. Tot nu toe kan de werkgever een dergelijk verzoek zonder motivatie weigeren. De nieuwe rechten staan in het wetsvoorstel ‘Wet flexibel werken’ dat bij de Tweede Kamer ligt. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor kleine werkgevers met minder dan 10 werknemers.

 

2.2.1 Aanpassing wettelijke verlofregelingen op komst

Het wetsvoorstel ‘Wet flexibel werken’ wordt mogelijk tegelijk behandeld met het wetsvoorstel ‘Modernisering verlof en arbeidstijden’. Laatstgenoemd wetsvoorstel moet de bestaande wettelijke verlofregelingen beter laten aansluiten bij de behoefte van werknemers. Zo kan dan ook zorgverlof worden opgenomen voor huisgenoten die geen partner, ouder of kind zijn.

2.3 Nieuwe regeling vorst-ww uitgesteld!

De vervanging van de huidige regeling voor WW-uitkeringen bij onwerkbaar weer (ook wel vorst-ww genoemd) wordt uitgesteld tot 1 september 2014. In de Wet vereenvoudiging regelingen UWV was besloten deze regeling al op 1 oktober 2013 te vervangen door een nieuwe calamiteitenregeling. Daarin staat een wijziging van de eigen risico periode bij vorst-ww. De nieuwe regeling brengt zoveel onrust teweeg dat minister Asscher van SZW de nieuwe calamiteitenregeling heeft uitgesteld.

 2.4 Tijdelijke overbruggingsuitkering AOW vervangt voorschotregeling AOW

Op 1 oktober 2013 wordt de tijdelijke voorschotregeling AOW (een renteloze lening) vervangen door de tijdelijke overbruggingsregeling AOW. De inkomensgrens van deze regeling bedraagt 300% van het bruto minimumloon voor paren en voor alleenstaanden 200% van het bruto minimumloon. De overbruggingsregeling heeft een partner- en vermogenstoets. De eigen woning met bijbehorende schuld en het pensioenvermogen tellen niet mee voor de vermogenstoets. De regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 en duurt tot en met 31 december 2018. De regeling blijft van toepassing op de uitkeringen die vóór 1 januari 2019 zijn toegekend.

 2.5 Verlenging VUT-uitkering ter overbrugging periode tot AOW

Er komt een regeling die het mogelijk maakt om de VUT-uitkering te verlengen tot aan de latere AOW-ingangsdatum. Het totaal van de VUT-rechten mag echter niet groter worden. Dit betekent dat dezelfde VUT-rechten over een langere periode moeten worden gespreid. Hierdoor vallen de maandelijkse VUT-uitkeringen lager uit.

 2.6 Nieuwe regels voor e-commerce/m-commerce

Bent u internetverkoper? Dan krijgt u per 1 januari 2014 te maken met strengere regels. Dit geldt voor alle overeenkomsten op afstand, dus ook het afsluiten van een abonnement of het kopen van een e-book (internetdienst). De termijn om een koop te kunnen herroepen wordt 14 dagen in plaats van 7 dagen. De terugbetalingstermijn van de verkoper wordt 14 in plaats van 30 dagen. In de eerste stap van het bestelproces moeten de betaalmogelijkheden al duidelijk zijn. Nu is dit vaak de laatste stap. Ook mag aan een consument die belt met de verkoper, slechts het basistarief in rekening worden gebracht.

 

Tip

Deze regels grijpen in op de huidige inrichting van veel verkoopsites. U krijgt vanaf de inwerkingtreding een half jaar de tijd om uw webshop – en voorwaarden – aan de nieuwe regels aan te passen. Begin daarom tijdig en voorkom een boete.

 3 Onlangs inwerking getreden wet- en regelgeving

 3.1 Meer mogelijkheden voor tijdelijke verhuur van woningen

Sinds 1 juli 2013 heeft u meer mogelijkheden om een te koop staande woning tijdelijk te verhuren. Sindsdien is namelijk de nieuwe Leegstandswet in werking getreden. U kunt nu zelf de huurprijs overeenkomen met de huurder. U bent dus niet meer gebonden aan de maximale huurprijs. Ook geldt de normale huurbescherming niet. U kunt de woning daardoor altijd leeg opleveren zodra u de woning heeft verkocht. Een zekerheid die ook van belang is voor uw hypotheekverstrekker. U moet voorafgaand aan de verhuur wel eerst een huurvergunning aanvragen bij de gemeente. Dat is nog steeds verplicht. De gemeente geeft de vergunning echter af voor een langere termijn, namelijk 5 jaar in plaats van 2 jaar.

 

Tip

Zorg voor een juiste huurovereenkomst die is aangepast aan deze specifieke situatie. De huurbescherming is anders alsnog van toepassing. Verwijs in de huurovereenkomst naar de vergunning en pas er voor op dat niet een overeenkomst voor bepaalde tijd wordt gesloten.

 3.1.1 Ook verlenging termijn voor tijdelijke verhuur sloop- en renovatiewoningen

Sloop- en renovatiewoningen kunnen sinds 1 juli jl. 7 in plaats 5 jaar worden verhuurd. De termijnverlenging was nodig omdat in de praktijk bleek dat met name de sloop en renovatie van huurpanden vaak langer duurt dan gepland. Soms liggen projecten zelfs stil als gevolg van de economische crisis. De verlenging van de termijn voorkomt onnodige leegstand.

 3.2 Tot 1 januari 2014 tegemoetkoming voor musici en artiesten met WW of WIA

Bent u musicus of artiest en werkt u op basis van losse optredens? In dat geval is er voor u sinds 1 juni 2013 veel veranderd bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. U heeft sindsdien net als andere mensen pas recht op een WW-uitkering of een loongerelateerde WIA-uitkering als u 26 van de 36 weken heeft gewerkt. De begunstigende regelingen zijn afgeschaft. Had u op 1 juni al een WW- of WIA-uitkering, dan heeft de maatregel geen gevolgen voor u.

Bent u na 1 juni 2013 werkloos of arbeidsongeschikt geworden, maar voldoet u niet aan de hiervoor genoemde wekeneis, dan heeft u dus geen recht op een WW-uitkering of recht op een lagere WIA-uitkering. Voldoet u wel aan alle andere voorwaarden, dan komt u tot 1 januari 2014 in aanmerking voor een tegemoetkoming. Dit houdt feitelijk in dat u tot 1 januari 2014 de uitkering ontvangt die u vóór 1 juni zou hebben ontvangen op grond van de oude regeling.

 

  1. Belastingplannen 2014

Onderstaand gaan we in op de meest relevante onderdelen in het Belastingplan 2014, de Overige fiscale maatregelen 2014, de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.

4.1 Inkomstenbelasting

4.1.1 Afbouw zelfstandigenaftrek op termijn ter voorbereiding op komst winstbox

Er verandert volgend jaar nog niets aan de zelfstandigenaftrek. Vanaf 2015 wordt de zelfstandigenaftrek stapsgewijs afgebouwd in verband met invoering van de winstbox. De winstbox komt in de plaats van de huidige winst uit onderneming. Hoe precies invulling zal worden gegeven aan de afbouw en de winstbox is nog niet bekend.

4.1.2 Stel kosten RDA nog even uit

Doet u aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O), dan kunt u naast de S&O-aftrek ook gebruikmaken van de Research & Development Aftrek (RDA). Dit is een extra aftrek voor exploitatie- en investeringskosten in research en development. De aftrek is bedoeld voor directe kosten van R&D, niet zijnde de loonkosten. In 2014 wordt het aftrekpercentage waarschijnlijk verhoogd van 54% naar 60% van de kosten. Het kan dus zinvol zijn om kosten voor research en development naar 2014 uit te stellen.

4.1.3 Hoger drempelbedrag voor aftrek milieu- en energie-investeringen

U kunt van de energie-investeringsaftrek (EIA) gebruikmaken als u energiebesparende investeringen doet die op de Energielijst staan en van de milieu-investeringsaftrek (MIA) of van de variabele afschrijving milieu-investeringen (Vamil) als u investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen doet die op de Milieulijst staan. In 2103 moet u daarvoor een minimale investering doen van € 450. In 2015 wordt dit drempelbedrag verhoogd naar € 2.500.

Tip

Doe kleine investeringen die voor de EIA, MIA of Vamil kwalificeren, zoveel mogelijk in 2013.

4.1.4 Minder hypotheekrenteaftrek voor hoogste inkomens

Het maximale tarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken, gaat vanaf 2014 gedurende 28 jaar jaarlijks met 0,5% omlaag. Dit geldt zowel voor nieuwe als bestaande hypotheken. Ter compensatie wordt de derde tariefschijf verlengd.

4.1.5 Verlaging drempel scholingsuitgaven

U kunt volgend jaar meer studiekosten in aftrek brengen. Dan wordt namelijk het drempelbedrag verlaagd van € 500 naar € 250. Dit was vorig jaar al de bedoeling maar toen is dit plan te elfder uren niet doorgegaan. Sinds 2013 zijn nog slechts de volgende betaalde kosten als scholingsuitgaven aftrekbaar:

    • les- en cursusgelden, collegegelden, examengeld of promotiekosten; en
    • door de onderwijsinstelling verplicht gestelde leer- en beschermingsmiddelen.

 4.1.6 Afschaffing aftrek specifieke zogkosten

U kunt in 2014 geen specifieke zorgkosten meer in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Deze maatregel is niet in de Belastingplannen 2014 opgenomen, maar in een apart wetsvoorstel dat ook de afschaffing van de tegemoetkomingen in de zorg regelt.

 Tip

Ga na of u zorgkosten naar voren kunt halen, zodat u die nog in 2013 in aftrek kunt brengen.

 4.2 Loonheffing

 4.2.1 Arbeidskorting en algemene heffingskorting hoger en inkomensafhankelijk

De arbeidskorting wordt in 2014 verhoogd met € 374. De korting bedraagt dan maximaal € 1.097. Daarna wordt stapsgewijs tot 2017 de arbeidskorting verhoogd met in totaal € 836. Daarnaast wordt de arbeidskorting voor hogere inkomens (vanaf € 80.000) stapsgewijs afgebouwd tot nihil.

De algemene heffingskorting wordt in 2014 met € 99 verhoogd tot € 2.100 (voor 65-plussers: € 1.086) en inkomensafhankelijk gemaakt. De heffingskorting neemt daardoor met 2% af bij een inkomen tussen € 19.645 en € 56.531 (einde derde tariefschijf in 2014). In 2014 bedraagt de algemene heffingskorting voor inkomens hoger dan € 56.531 (begin vierde tariefschijf) € 1.363. Vanaf 2015 wordt de algemene heffingskorting in de vierde tariefschijf stapsgewijs afgebouwd tot nihil.

4.2.2 Geen uitstel van belastingheffing meer over ontslagvergoedingen

Krijgt een werknemer een ruime ontslagvergoeding mee, dan kan het aantrekkelijk zijn om deze onder te brengen in een eigen stamrecht-BV. De werkgever keert het bedrag dan niet aan de werknemer uit, maar aan diens stamrecht-BV. Het is ook mogelijk om de ontslagvergoeding onder te brengen in een lijfrente bij een verzekeraar of in een bancaire variant. De werknemer stelt daarmee de belastingheffing over het gehele bedrag ineens uit. Belastingheffing is pas aan de orde zodra de BV, de verzekeraar of de bank uitkeert aan de werknemer. Dat gebeurt vaak in mootjes, zodat ook nog een tariefsvoordeel wordt bereikt ten opzichte van een uitkering in één keer. Voorgesteld wordt om ontslagvergoedingen vanaf 1 januari 2014 direct te belasten op het moment van de verkrijging.

4.2.3 Overgangsregeling voor bestaande stamrecht-BV’s

Het kabinet wil het voor bestaande stamrecht-BV’s aantrekkelijk maken om de ontslagvergoeding uit de stamrecht-BV te halen. Daarvoor worden de beperkingen voor de opname weggenomen. Het hele stamrecht kan in 2014 in één keer worden opgenomen, waarbij 80% van de uitkering in box 1 wordt belast. Er hoeft dan ook geen 20% revisierente te worden betaald. Wij berekenen graag of opname werkelijk aantrekkelijk is voor u. Deze opnamemogelijkheid geldt overigens ook voor ontslagvergoedingen die zijn gestort bij een verzekeringsmaatschappij of in een bancaire variant.

4.2.4 Crisisheffing bij hoge lonen ook in 2014

Heeft u werknemers in dienst die in 2013 een salaris ontvangen van meer dan € 150.000? Dan is de kans groot dat u als werkgever in 2014 opnieuw over het meerdere boven dit bedrag een werkgeversheffing van 16% moet betalen. Vorig jaar werd deze crisisheffing nog als een eenmalige heffing aangekondigd, maar er is nu voorgesteld om deze heffing ook op hoge lonen in 2013 toe te passen. Maakt een werknemer in 2013 gebruik van de eenmalige tegemoetkoming voor de opname van het levenslooptegoed, dan mag deze buiten beschouwing worden gelaten voor de crisisheffing.

 Tip

U kunt de extra heffing beperken of voorkomen. Bijvoorbeeld door de bijtelling voor het rijden in de (bestel)auto van de zaak te verlagen, door een (hogere) eigen bijdrage met uw werknemer af te spreken. Ook kunt u een eventuele tantième of bonus uitstellen tot 2014.

 4.2.4.1 Eenmalige extra heffing ook voor de DGA

De eenmalige heffing geldt ook voor de BV met een directeur-grootaandeelhouder (DGA), aangezien de BV de werkgever is van de DGA. Bent u DGA, dan zou u uw loon kunnen verlagen. Maar wees daarmee voorzichtig, want u moet nog wel blijven voldoen aan de gebruikelijkloonregeling. De economische crisis zou een argument voor de verlaging kunnen zijn.

 4.2.5 Afdrachtvermindering onderwijs stopt per 1 januari 2014

De afdrachtvermindering onderwijs wordt per 1 januari 2014 vervangen door de subsidieregeling praktijkleren. De nieuwe subsidie is bedoeld voor mbo-leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), hbo-studenten in techniek en agro die gecombineerd leren en werken, wetenschappelijk onderzoekers of technologisch ontwerpers en promovendi. Dit zijn minder doelgroepen dan bij de afdrachtvermindering. Na 1 januari 2014 kunnen de afdrachtverminderingen niet meer worden toegepast. De werkgever kan de subsidie na afloop van het studiejaar aanvragen bij agentschap.nl. De totale subsidiepot wordt verdeeld over de aanvragers maar bedraagt maximaal € 2.700 per praktijk- of werkleerplaats.

 4.2.6 Volgend jaar minder bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet is sinds 1 januari 2013 uitsluitend een werkgeverslast. Uit de evaluatie van de Wet uniformering loonbegrip blijkt dat de werkgeversbijdrage te hoog is vastgesteld. De bijdrage wordt daarom in 2014 verlaagd van 7,75% naar 7,5% in 2014.

Bepaalde uitkeringsgerechtigden en de directeur-grootaandeelhouder die niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen betalen een lagere Zvw-bijdrage. Ook dit percentage wordt verlaagd van 5,65% in 2013 naar 5,4% in 2014.

 4.2.7 Verhoging loongrens afdrachtvermindering S&O

Heeft u werknemers die zich bezighouden met speur- en ontwikkelingswerk (S&O), dan kunt u vanaf volgend jaar wellicht meer afdrachtvermindering S&O ontvangen. De loongrens voor deze regeling wordt in 2014 namelijk verhoogd van € 200.000 naar € 250.000. Hoewel het tarief in deze eerste schijf wordt verlaagd van 38% naar 35%, is het toch een aanzienlijk voordeel. Wellicht is dit een reden om eventuele loonkosten voor S&O uit te stellen.

 4.2.7.1 Verlenging S&O-verklaring

Iedere S&O-inhoudingsplichtige krijgt de mogelijkheid om een S&O-verklaring voor langer dan 6 maanden aan te vragen tot maximaal 1 kalenderjaar. Dit was tot nu tor slechts voorbehouden aan bepaalde S&O-inhoudingsplichtigen. Daarnaast mag u de S&O-afdrachtvermindering die u niet in de periode van de S&O-verklaring heeft verzilverd, ook verrekenen in andere aangiftetijdvakken die eindigen in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft.

 4.2.8 Aanpak malafide uitzendbureaus

Niet-gecertificeerde uitzendbureaus moeten een depot gaan aanhouden bij de Belastingdienst. Inleners die gebruikmaken van dergelijke bureaus moeten 35% van het factuurbedrag (inclusief BTW) storten op de vrijwaringsrekening van het bureau. Voldoen zij niet aan deze regeling dan kan de Belastingdienst een boete opleggen van € 4.920. Stort de inlener geen 35% op de vrijwaringsrekening dan kan de Belastingdienst hem aansprakelijk stellen voor 35% van het factuurbedrag. Stort de inlener minder dan is hij aansprakelijk voor het verschil. Voor de inlener die gebruikmaakt van een gecertificeerd uitzendbureau was vorig jaar al geregeld dat hij gevrijwaard wordt door het storten van 25% van het factuurbedrag.

 4.3 Schenk- en erfbelasting

 4.3.1 Tijdelijk vrijgestelde schenking van € 100.000

U kunt vanaf 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 een belastingvrije schenking doen van € 100.000. De ontvanger moet de schenking dan wel gebruiken voor de aankoop of de verbouwing van een eigen woning. Ook mag de eigenwoningschuld ermee worden afgelost. U mag de schenking ook doen aan een ander dan uw kind. De schenking verlaagt uw vermogen in box 3. Meer profijt van de schenking heeft u mogelijk van het feit dat deze uw eigenbijdrage AWBZ vermindert. De hoogte van deze bijdrage is sinds 1 januari 2013 mede afhankelijk van uw vermogen in box 3.

 Tip

Heeft u een schenking ontvangen, dan kunt u deze gebruiken voor de aflossing van een deel van uw hypotheekschuld. Zo kan u wellicht een restschuld voorkomen. U wordt daarin echter beperkt door uw bank die vaak niet meer dan een jaarlijkse aflossing van 10% toestaat op straffe van een boeterente. Bij een enkele bank is dit 20% per jaar. U vindt de maximaal toegestane aflossing in uw hypotheekakte.

 Let op

Een aflossing op uw hypotheek betekent dat u uw renteaftrek voor een nieuwe hypotheek bij een latere verhuizing mogelijk wordt beperkt door de werking van de bijleenregeling.

 4.3.2 Extra verhoogde eenmalig vrijgestelde schenking ook voor aflossing restschuld

U kunt aan uw kinderen die ouder dan 18 en jonger dan 40 jaar zijn – in plaats van de eenmalig verhoogde schenking – onder voorwaarden ook een extra verhoogde eenmalig vrijgestelde schenking doen van € 51.407 (in 2013). Zij moeten deze schenking gebruiken voor de aankoop van een eigen woning, de aflossing van de eigenwoningschuld, de kosten voor een verbouwing of verbetering van de eigen woning, de afkoop van een recht van erfpacht, opstal of beklemming of voor een dure studie. Vanaf 1 oktober 2013 mogen zij de schenking ook voor de aflossing van een restschuld gebruiken.

 4.3.3 Schenkingsovereenkomst vervangt notariële akte bij periodieke giften

Doet u nu periodieke giften aan een algemeen nut beogende instelling (anbi) voor ten minste een looptijd van 5 jaar (eindigend uiterlijk bij overlijden) en wilt u die in aftrek brengen? U moet die giften dan laten vastleggen in een notariële akte. Vanaf 1 januari 2014 zijn periodieke giften ook aftrekbaar als u deze heeft vastgelegd in een onderhandse schenkingsovereenkomst tussen u en de ontvangende anbi. U hoeft dan dus niet meer naar de notaris. De Belastingdienst zal hiertoe een downloadbaar model schenkingsovereenkomst beschikbaar stellen.

 Tip

Wilt u de notariskosten besparen, stel de periodieke giften dan uit tot na 1 januari 2014.

 4.3.4 Serviceflats op marktwaarde waarderen voor de erfbelasting

Erft u een serviceflat dan is de WOZ-waarde vaak veel hoger dan de waarde waarvoor u de flat kunt verkopen. Als dit al lukt, want door de crisis zijn serviceflats nog steeds moeilijk verkoopbaar. Daarom mag u de serviceflat voor de erfbelasting op de marktwaarde waarderen. Deze waarde moet dan wel minimaal 30% lager zijn dan de WOZ-waarde. Voor deze waarderingswijze was een goedkeuring verleend voor de jaren 2010 tot en met 2013. Vanaf 1 januari 2014 wordt de goedkeuring vervangen door een gelijkluidende wettelijke regeling in de Successiewet.

 Tip

Laat een taxatierapport opmaken om het verschil tussen de werkelijke waarde en de WOZ- waarde van de serviceflat aan te tonen.

 4.4 Omzetbelasting

 4.4.1 Afschaffing van integratieheffing

Stel u laat op uw eigen grond een pand bouwen of u bouwt een pand in eigen beheer. Of u laat een bestaand pand zodanig verbouwen dat voor de BTW een nieuwe vervaardigde onroerende zaak ontstaat. U kunt dan meestal de BTW die drukt op de bouwkosten in de (ver)bouwfase in aftrek brengen. Als u dit pand vervolgens na oplevering voor BTW-vrijgestelde prestaties gaat gebruiken, dan wordt de afgetrokken BTW gecorrigeerd. U bent dan BTW verschuldigd over de voortbrengingskosten (die vaak hoger zijn dan de aan u in rekening gebrachte BTW over de bouwkosten). Dit is de zogenoemde ‘integratieheffing’. Er is voorgesteld om per 1 januari 2014 deze heffing af te schaffen. Dit kan grote gevolgen hebben.

 Tip

Heeft u al kosten gemaakt waarop de integratieheffing van toepassing is of zou zijn, neem dan contact op met uw BTW-adviseur om de gevolgen in kaart te brengen.

 4.5 Autobelastingen

 4.5.1 Toch MRB-vrijstelling voor oldtimers van 40 jaar en ouder

Vanaf 1 januari 2014 geldt de vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) alleen nog voor motorrijtuigen van 40 jaar of ouder. Er komt een overgangsregeling voor personen- en bestelauto’s die op benzine rijden en ouder zijn dan 26 jaar maar jonger dan 40 jaar. Voor deze voertuigen geldt onder voorwaarden een kwarttarief in de MRB met een maximum van € 30 per kwartaal. Er komt geen overgangsregeling voor diesel- en LPG-auto’s jonger dan 40 jaar. Op bepaalde LPG-auto’s kan wel de overgangsregeling voor benzineauto’s van toepassing zijn.

 4.5.2 Brandstof wordt duurder

U gaat volgend jaar meer betalen voor brandstof. De accijns op LPG en diesel gaat omhoog met 7 cent respectievelijk 3 cent per liter. De verhoging komt bovenop de jaarlijkse inflatiecorrectie.

 

5. Tips en aandachtspunten najaar 2013

5.1 Tips en aandachtspunten voor alle ondernemers

 5.1.1 Een jaar langer kiezen wel of (nog) niet voor de werkkostenregeling?

De verplichte invoering van de werkkostenregeling op 1 januari 2014 is een jaar uitgesteld. Het uitstel hangt samen met enkele vereenvoudigingen in de werkkostenregeling die staatssecretaris Weekers wil doorvoeren. Hij denkt daarbij aan vervanging van het werkplekcriterium door het noodzakelijkheidscriterium. Als een werkmiddel (bijvoorbeeld een mobiele telefoon of tablet) noodzakelijk is voor het werk, dan blijft een eventueel privévoordeel buiten beschouwing. Zodra hierover meer bekend is, informeren wij u nader. U kunt dus ook in 2014 nog kiezen voor toepassing van de oude regeling van vergoedingen en verstrekkingen.

 5.1.1.1 Welke keuze moet u maken?

Om te kunnen bepalen welke regeling voor u het voordeligst is, moet u een aantal zaken afwegen. Aan de hand van een inventarisatie van de huidige arbeidsvoorwaarden moet u (laten) beoordelen óf en hoe deze arbeidsvoorwaarden in de werkkostenregeling passen. U wilt immers vermijden dat u 80% loonheffing (eindheffing) moet betalen. Bestaande afspraken met werknemers moeten mogelijk worden herzien. Wij ondersteunen u graag bij de afwegingen die u moet maken en bij de acties die u ten aanzien van de overgang naar de werkkostenregeling moet ondernemen.

 5.1.2 Vraag tijdig de Verklaring arbeidrelatie 2014 aan

U moet mogelijk toch een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor 2014 aanvragen, omdat de geplande invoering van de webmodule een jaar is uitgesteld. De procedure blijft voorlopig dus nog zoals die was. De Belastingdienst verstrekt onder voorwaarden automatisch een VAR. Dit geldt voor alle soorten VAR. Voldoet u als opdrachtnemer niet aan de voorwaarden voor een automatische VAR, dan is uw VAR slechts één jaar geldig. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als u nog geen 3 jaar achter elkaar eenzelfde VAR heeft aangevraagd en gekregen. Is uw VAR slechts één jaar geldig, dan moet u dus vóór 2014 een nieuwe VAR aanvragen. Dat kan sinds 1 september jl.

 5.1.3 Einde 0%-bijtelling voor super zuinige (bestel)auto van de zaak

Heeft u een (bestel)auto van de zaak met minder dan 50gr/km CO2-uitstoot waarvan het kenteken al vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld? In dat geval blijft de bijtelling 0% tot 1 januari 2017. Is het kenteken in 2012 of 2013 voor het eerst op naam gesteld, dan is de bijtelling 0% gedurende 60 maanden. Voor (bestel)auto’s van de zaak met minder dan 50gr/km CO2-uitstoot waarvan het kenteken in 2014 en 2015 voor het eerst op naam wordt gesteld, bedraagt de bijtelling gedurende 60 maanden 7%. Althans zo is vorig jaar bepaald. Er zijn echter nieuwe stimuleringsmaatregelen in de maak die hierin mogelijk verandering brengen. Wilt u zeker zijn dat u voorlopig nog een (bestel)auto van de zaak rijdt met een 0%-bijtelling, dan moet u zorgen dat de (bestel)auto nog dit jaar voor het eerst op naam wordt gesteld.

 5.1.4 Maak gebruik van de nieuwe willekeurige afschrijvingsmogelijkheid in 2013

Ondernemers in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting kunnen gebruikmaken van een nieuwe tijdelijke regeling willekeurige afschrijving voor bepaalde investeringen in de periode 1 juli tot en met 31 december 2013. In de nieuwe regeling mag u slechts in 2013 ten hoogste 50% afschrijven. Voor het restant gelden de normale afschrijvingsregels. Een andere voorwaarde is dat er een reële verwachting bestaat dat het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2016 in gebruik wordt genomen.

 Tip

Wilt u van deze regeling gebruikmaken, maar neemt u het bedrijfsmiddel pas na 2013 in gebruik, zorg dan dat u in ieder geval (een deel van) de investering in 2013 heeft betaald. U kunt bij ingebruikname na 31 december 2013 namelijk slechts vervroegd afschrijven in 2013 over het deel van de investering dat u in 2013 heeft betaald. Betaalt u niets in 2013, dan kunt u dus geen gebruikmaken van deze regeling, ook niet in een later jaar.

 5.1.5 Verzoek teruggaaf buitenlandse BTW uiterlijk op 30 september 2013

Uiterlijk 30 september 2013 moet u bij de Belastingdienst het teruggaafverzoek hebben ingediend voor de in 2012 aan u in rekening gebrachte buitenlandse BTW door ondernemers in een andere EU-lidstaat. Uitstel is niet mogelijk. Dat bleek vorig jaar uit een de uitspraak van de Europese rechter. Een Nederlandse onderneming vroeg eind juli 2000 de aan haar in rekening gebracht Italiaanse BTW over 1999 terug. De termijn voor het teruggaafverzoek was toen 6 maanden na afloop van het jaar waarin de BTW in rekening is gebracht. De Europese rechter besliste dat die termijn keihard is. De teruggaaf was terecht geweigerd.

 5.1.6 Controleer informatiebrieven en beschikkingen van het UWV

U heeft van het UWV informatiebrieven ontvangen met te controleren bijlagen, waarop de ZW- en WGA-uitkeringen staan die het UWV in het jaar 2012 aan uw ex-werknemers heeft betaald. Daarnaast is het UWV inmiddels gestart met het toezenden van beschikkingen. Het betreft hier beschikkingen inzake ZW- en WGA-uitkeringen, die in het eerste halfjaar van 2013 aan uw ex-werknemers zijn toegekend. De (on)juistheid van deze informatie bepaalt de hoogte van de gedifferentieerde premie WGA in de premiejaren 2014 en 2015. Er gelden beperkte termijnen (2 of 6 weken) waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen de beschikkingen. Controleer de informatie van het UWV nauwgezet en reageer tijdig.

 5.1.7 Eigenrisicodragen voor ZW-flex bij bestaande ziektelasten

Bent u een publiek verzekerde (middel)grote) werkgever en heeft het UWV voor de gedifferentieerde premie 2014 de in 2012 aan uw ex-werknemers betaalde ZW-uitkeringen aan u toegerekend? In dat geval kunt u alle ZW-uitkeringen affinancieren ten laste van het publieke bestel. Daarvoor moet u vóór 2 oktober 2013 bij de Belastingdienst het eigenrisicodragerschap voor de ZW aanvragen. U start dan met een nul-risico bij uw verzekeraar. Bent u al eigenrisicodrager voor de WGA-vast, dan bent niet automatisch eigenrisicodrager voor de ZW-flex. Ook dan moet u dus vóór 2 oktober 2013 het eigenrisicodragerschap voor de ZW-flex aanvragen.

 5.1.8 Eigenrisicodragen voor WGA-vast bij bestaande ziektelasten

Het affinancieren van bestaande ziektelasten voor de door het UWV betaalde WGA-uitkeringen aan vaste werknemers (onderdeel van de WIA), is anders geregeld dan voor ZW-uitkeringen. U moet bestaande WGA-uitkeringen – als u eigen risicodrager wordt voor de WGA-vast en middelgrote of grote werkgever bent – geheel of gedeeltelijk zelf affinancieren. Eigen risico dragen voor de WGA-vast vereist dus maatwerk. Laat u daarom goed adviseren door een deskundige. De WGA-flex blijft overigens publiek verzekerd.

 Tip

Diverse verzekeraars willen de private WGA-markt verlaten of zij willen niet tot die markt toetreden. Slechts een beperkt aantal verzekeraars wil op die markt blijven of beslist hierover deze maand. Informeer daarom bij uw verzekeraar voor de ZW en WGA-vast of zij de risico’s per 1 januari 2014 nog verzekeren. Zo niet, verander dan vóór 2 oktober 2013 van verzekeraar of overweeg terugkeer naar het publieke stelsel.

 5.1.8.1 Wel of niet eigenrisicodragen?

U kunt sinds 2 september 2013 de financiële gevolgen van de Modernisering van de Ziektewet voor de WGA-premie 2014 berekenen. Daarvoor is door het UWV de (gratis) rekenmodule gedifferentieerde premie WGA 2014 beschikbaar gesteld. Op basis van de uitkomst van deze berekening kunt u bepalen of het voordelig is om eigenrisicodrager ZW-flex of WGA-vast te worden of terug te keren naar het publieke bestel. Is het maken van de berekening met de rekenmodule een te lastige exercitie voor u? Wij doen het graag.

 5.1.8.2 Geen uitstel maar coulance tot 1 december bij aanvragen eigenrisicodragerschap

Wilt u van verzekeringsvorm veranderen (publiek of privaat), dan moet u de aanvraag bij de Belastingdienst dus vóór 2 oktober 2013 hebben ingediend. Heeft u nog niet alle beschikkingen van uitkeringen van het UWV ontvangen en u wilt die informatie laten meewegen bij uw keuze, dan geeft de Belastingdienst u tot 1 december 2013 de gelegenheid om de aanvraag af te ronden na ontvangst van de informatie van het UWV.

 Let op

Er is dus geen sprake van uitstel voor de indiening van de aanvraag voor eigenrisicodragerschap WGA-vast of ZW-flex. Zonder een vóór 2 oktober 2013 ingediende aanvraag bij de Belastingdienst, is het niet mogelijk om per 1 januari 2014 eigenrisicodrager ZW-flex of WGA-vast te worden, dan wel van private stelsel terug te keren naar publiek bestel.

 5.2 Tips en aandachtspunten voor ondernemers zonder BV

 5.2.1 Let op deadline ingebruikname voor tijdelijk willekeurig afschrijven

Ter bestrijding van de economische crisis mocht tijdelijk vervroegd worden afgeschreven over bepaalde investeringen in 2009, 2010 en 2011. U mocht op deze investeringen willekeurig afschrijven, zij het in het eerste jaar maximaal 50%. Ook als u het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik had genomen. De ingebruikname moet wel hebben plaatsgevonden binnen 2 jaar na het jaar waarin de investering is gedaan. De deadlines voor de investeringen in 2009 en 2010 zijn dus al vervallen. Maar heeft u in 2011 van de regeling gebruikgemaakt, dan kunt u nog tot uiterlijk 31 december 2013 de bedrijfsmiddelen in gebruik nemen. Door vervroegd af te schrijven betaalt u minder belasting en verbetert u uw liquiditeitspositie.

 Let op

Bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk (voor 70% of meer) ter beschikking worden gesteld aan derden, zijn (op enkele uitzonderingen na) van deze regeling uitgesloten.

 5.2.2 Nog dit jaar toevoegen aan de oudedagsreserve

In 2013 bedraagt de dotatie aan de oudedagsreserve 12% van de winst, met een maximum van € 9.542. In 2014 wordt het dotatiepercentage aan de oudedagsreserve verlaagd naar 10,9%. Inmiddels is voorgesteld om dit percentage vanaf 1 januari 2015 verder te verlagen tot 8,9% en het maximum terug te brengen tot € 7.847.

 Tip

Als uw financiële situatie het toelaat, doteer dan dit jaar nog maximaal aan uw oudedagsreserve.

 5.3 Tips en aandachtspunten voor ondernemers met BV

 5.3.1 Zijn de statuten al aangepast aan het vergaderrecht van certificaathouders?

Sinds 1 oktober 2012 hebben certificaathouders vergaderrecht gekregen in de algemene vergadering (AV). Tot dan toe mochten zij de AV slechts bijwonen en daar het woord voeren. Nu mogen zij mee vergaderen. Het stemrecht blijft voorbehouden aan de aandeelhouders. U moet de statuten en notulen van uw BV op het nieuwe vergaderrecht van certificaathouders aanpassen voor 1 oktober 2013. Ook moeten de certificaathouders met vergaderrecht dan zijn ingeschreven in het aandeelhoudersregister. Als u dit niet tijdig heeft gedaan, dan kunnen de besluiten die tijdens de AV zijn genomen vernietigbaar zijn.

 5.3.2 Laat tijdig uw DGA-pensioenregeling aanpassen

Vanaf 1 januari 2014 verandert er het nodige aan uw DGA-pensioen. Zo gaat de pensioenrichtleeftijd in één keer van 65 naar 67 jaar. Verder gaat het fiscaal maximale opbouwpercentage voor eindloon van 2% naar 1,9% en voor middelloon van 2,25% naar 2,15%. U moet nog dit jaar uw pensioenregeling hierop laten aanpassen. U kunt dat moment aangrijpen om ook andere onderdelen in uw pensioenregeling te laten controleren. Zo kunt u laten beoordelen of de hoogte van het ouderdomspensioen nog voldoet. Tevens kunt u laten controleren of de toegezegde risicopensioenen, zoals het arbeidsongeschiktheids- en partnerpensioenrisico, nog aansluiten bij uw privésituatie.

 5.3.3 Is uw pensioenregeling al 67-proof?

De verhoging fiscale pensioenrichtleeftijd voor de aanvullende pensioenen in 2014 betekent dat heel veel pensioenregelingen uiterlijk in 2013 moeten zijn aangepast. Wat blijkt is dat duizenden pensioenregelingen hiermee nog geen rekening houden. In 2015 volgt bovendien nog een verdere versobering (zie hierna). De meeste verzekeraars stellen nu de oplossing voor om binnen de bestaande pensioenregelingen op 1 januari 2014 een ‘knip’ aan te brengen. De tot 1 januari 2014 opgebouwde aanspraken blijven staan. Vanaf 1 januari 2014 vindt verdere pensioenopbouw plaats op basis van de nieuwe regels. Per 1 januari 2015 worden de pensioenregelingen opnieuw beoordeeld.

 5.4 Tips en aandachtspunten voor alle belastingbetalers

 5.4.1 Zorg tijdig voor een nieuwe eigenwoningschuld bij aflossing oude schuld

Als u in 2012 een bestaande eigenwoningschuld geheel of gedeeltelijk heeft afgelost, dan vervalt in beginsel het overgangsrecht voor (dat deel van) deze schuld. Maar sluit u voor het einde van 2013 een nieuwe eigenwoningschuld, dan is tot het bedrag van de aflossing toch sprake van een bestaande eigenwoningschuld, waarop de oude eigenwoningregels van vóór 2013 van toepassing zijn.

 5.4.2 Is uw aflossingsvrije hypotheek al omgezet in een andere hypotheekvorm?

In het voorjaar werd de termijn versoepeld voor het overgangsrecht bij de eigenwoningregeling. Mensen met een aflossingsvrije hypotheek kregen toen onder voorwaarden de kans om ook na 1 april 2013 gebruik te maken van de overgangsregeling bij de eigenwoningregeling. Als u daarvan gebruik heeft gemaakt (door aanmelding vóór 1 april), zorg dan dat de omzetting in een andere hypotheekvorm op 31 december 2013 een feit is. Anders voldoet u niet aan de voorwaarden en kunt geen gebruikmaken van het overgangsrecht.

 5.4.3 Denk aan tenaamstelling eigenwoningschuld in 2013 bij echtscheiding in 2012

Bent u in 2012 gescheiden? Of waren u en uw partner eind 2012 in een echtscheidingsprocedure verwikkeld, maar heeft u uiterlijk op 31 december 2012 een echtscheidingsconvenant opgemaakt en ondertekend? Als u daarbij de eigendomshelft van de woning aan een van u beiden heeft toebedeeld met de bijbehorende eigenwoningschuld, dan kan ook het overgenomen deel van de eigenwoningschuld onder voorwaarden nog onder de oude eigenwoningregels vallen van vóór 2013. Een belangrijke voorwaarde is dat de eigenwoningschuld uiterlijk in 2013 op naam van de overnemende partner moet zijn gesteld.

Bovendien moet de (ver)koopprijs in het echtscheidingsconvenant zijn vastgelegd.

 Tip

Ga nog dit jaar naar de notaris om de overschrijving van de eigenwoningschuld te regelen.

 Let op

Naast een echtscheidingsconvenant kan – onder voorwaarden – ook een getekend bemiddelingsverslag van een mediator voldoende zijn om te kwalificeren voor het overgangsrecht.

5.4.4 Neemt u uw levenslooptegoed met belastingkorting op of spaart u toch door?

U kunt uw hele levenslooptegoed in 2013 eenmalig opnemen met een belastingkorting van 20%. De korting is van toepassing op het levenslooptegoed dat op 31 december 2011 bestond. Het meerdere is volledig belast in box 1. De belastingheffing loopt via uw werkgever. Bij opname mag u ook de levensloopverlofkorting benutten. U hoeft het tegoed niet alleen te gebruiken voor verlof; het is vrij besteedbaar. Had u op 31 december 2011 een levenslooptegoed van ten minste € 3.000, dan mag u ook doorsparen tot 1 januari 2022. Ook in dat geval mag u zelf bepalen waaraan u uw levenslooptegoed besteedt. De opname is dan wel normaal belast. Wij berekenen graag wat voor u het voordeligst is.

 Let op

Als u gebruikmaakt van de belastingkorting, kan de opname van het levenslooptegoed gevolgen hebben voor uw recht op toeslagen

 5.4.5 Bereid u tijdig voor op verplichte digitale openbaarmaking anbi-gegevens

Vanaf 1 januari 2014 worden de voorwaarden voor het verkrijgen en behouden van de anbi-status uitgebreid. Dan is het voor de anbi’s verplicht om bepaalde gegevens openbaar te maken op internet. Deze gegevens betreffen de naam van de instelling, het door de KvK toegekende unieke nummer (RSIN), de contactgegevens (een postbusnummer is voldoende), de doelstelling, een (verkort) beleidsplan, de bestuurssamenstelling en het beloningsbeleid, een beknopt verslag van de uitgevoerde activiteiten en een financiële verantwoording. Ook worden de weigerings- en intrekkingsgronden van de anbi-status uitgebreid.

 Tip

Begin tijdig met de inventarisatie van de gegevens die een anbi digitaal paraat moet hebben om de anbi-status te behouden en zorg dat de website zo is ingericht, dat die informatie op 1 januari 2014 ook digitaal openbaar kan worden gemaakt.

 5.4.6 Tegemoetkomingen voor de eigen bijdrage AWBZ/Wmo

Sinds 1 januari 2013 moet u als u gebruikmaakt van de AWBZ of de Wmo een hogere eigen bijdrage betalen als u belast vermogen heeft in box 3. Staatssecretaris van Rijn heeft echter enkele tegemoetkomingen toegezegd. Zo wordt het vrijgestelde vermogen verhoogd met € 10.000 als u in een AWBZ-instelling verblijft, maar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Heeft u een letselschade-uitkering ontvangen of een eenmalige uitkering als u AWBZ-zorg heeft, dan tellen die niet mee voor de eigen bijdrage. Ook komt er een betalingsregeling als u al voor 1 januari 2013 in een AWBZ-instelling verbleef en een onverkocht huis heeft dat op 1 januari 2011 in box 3 viel.

 Tip

De peildatum voor het box 3-vermogen is 1 januari van het kalenderjaar. Door vóór 1 januari schenkingen te doen, kunt u uw vermogen verlagen en daarmee de eigenbijdrage. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden die u daartoe verder nog heeft.

 5.4.7 Mogelijk toch nog kinderopvangtoeslag aanvragen voor 2012 en 2013

De termijn waarbinnen kinderopvangtoeslag kan worden aangevraagd, is in 2012 beperkt tot twee maanden. Deze beperking is echter ingetrokken voor 2012 en 2013. Heeft u recht op kinderopvangtoeslag? U kunt dan mogelijk alsnog een aanvraag kinderopvangtoeslag voor 2012 en 2013 indienen. Heeft u al eerder met terugwerkende kracht later dan die twee maanden een aanvraag ingediend en is die aanvraag toen afgewezen? In dat geval zal de Belastingdienst/Toeslagen u actief benaderen. Anders moet u zelf actie ondernemen. Met ingang van 1 januari 2014 wordt de beperking alsnog ingevoerd, maar dan wordt de aanvraagtermijn verlengd. U komt dan voor de kinderopvangtoeslag in aanmerking voor de kinderopvangkosten die zijn gemaakt vanaf 3 maanden vóór de datum van de aanvraag.