Septemberbrief 2014

De Septemberbrief bevat de (voorgestelde) nieuwe (fiscale) regels in 2015 en tips en aandachtspunten voor het laatste kwartaal van 2014.

 1. Inleiding

De fiscale wetgeving wordt ieder jaar aangepast. Met deze brief informeren wij u graag over het Belastingplan 2015 dat op Prinsjesdag is gepresenteerd. Maar ook over andere wetsvoorstellen waarvan enkele inmiddels zijn aangenomen, zoals de Wet werk en zekerheid. Andere wetsvoorstellen zijn nog in behandeling bij de Eerste of Tweede Kamer en kunnen daarom nog op onderdelen wijzigen. Naast informatie over de nieuwe wetgeving, bevat deze brief ook een overzicht met tips en actiepunten waarmee u uw fiscale voordelen dit jaar nog optimaal kunt benutten.

2. BELASTINGPLAN 2015

2.1 Inkomstenbelasting
2.1.1 Volgend jaar meer arbeidskorting voor de hogere middeninkomens
In 2014 bedraagt de maximum arbeidskorting € 2.097 voor inkomens tot € 40.721. Daarboven wordt de korting afgebouwd met 4% van het inkomen tot een inkomen van € 83.971. Volgend jaar wordt de maximum arbeidskorting verhoogd naar € 2.220. Dit maximum geldt dan voor inkomens tot € 49.900. Pas daarna wordt de arbeidskorting afgebouwd met 4% van het inkomen tot een inkomen van € 100.800. De minimum arbeidskorting wordt verlaagd van € 367 naar € 184.

2.1.2 Permanente termijnverlenging voor dubbele hypotheekaftrek
Eén van de maatregelen om de vastzittende woningmarkt vlot te trekken betreft de verlenging van de termijn met 1 jaar voor dubbele hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning of bij aankoop van een nog leegstaande toekomstige eigen woning of woning in aanbouw. U kunt daardoor na het lopende jaar nog 3 jaar in plaats van 2 jaar de hypotheekrente van beide woningen in aftrek brengen op uw inkomen in box 1. Deze tijdelijke maatregel die eind 2014 zou eindigen, wordt in 2015 omgezet in een permanente regeling.

2.1.3 Permanente termijnverlenging voor herleving dubbele renteaftrek 
         na verhuur

Als u uw nog niet verkochte woning inmiddels tijdelijk verhuurt, is een andere stimuleringsmaatregel voor de woningmarkt voor u van belang. Na de periode van tijdelijke verhuur, herleeft het recht op de dubbele renteaftrek voor de resterende termijn, waarin de renteaftrek nog is toegestaan. Die termijn is tot eind 2014 verlengd tot 3 jaar. Deze tijdelijke regeling wordt volgend jaar een permanente regeling.

2.1.4 Rente restschuld langer aftrekbaar
Heeft u uw woning eindelijk verkocht, maar heeft de verkoop minder opgebracht dan uw hypotheekschuld? In dat geval heeft u een restschuld in box 3, waarvan de rente zonder nadere maatregelen niet aftrekbaar zou zijn. Tijdelijk wordt echter toegestaan dat u die rente toch mag aftrekken. De termijn die daarvoor geldt wordt vanaf 1 januari 2015 verlengd van 10 tot 15 jaar.

2.2 LOONHEFFING

2.2.1 Verplichte invoering werkkostenregeling voor alle werkgever
Sinds de invoering van de werkkostenregeling kunt u ook kiezen voor toepassing van de oude regeling van vergoedingen en verstrekkingen. Veel werkgevers hebben dat tot nu toe steeds gedaan. Maar per 1 januari 2015 komt aan deze keuzemogelijkheid een einde. Dan wordt de werkkostenregeling verplicht ingevoerd voor alle werkgevers. De regeling is wel vereenvoudigd, zoals vorig jaar was toegezegd. Daardoor moet de vrije ruimte worden verlaagd van 1,5% naar 1,2% van de fiscale loonsom. Na de tip behandelen we de meest in het oog springende vereenvoudigingen.

Tip
Begin nu al met de voorbereidingen op de komst van de werkkostenregeling. Hoewel het parlement de vereenvoudigingen nog moet goedkeuren, doet u er verstandig aan de bestaande vergoedingen en verstrekkingen alvast te inventariseren. Daarop kunt u dan de ‘nieuwe’ werkkostenregeling toepassen, zodat u inzicht krijgt in de aanpassingen die nodig zijn om binnen de vrije ruimte te blijven en dus om 80% eindheffing te voorkomen.

2.2.1.1 Werkplekcriterium wordt noodzakelijkheidscriterium
U kunt vanaf 2015 gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur onbelast verstrekken of vergoeden aan werknemers als zij deze zaken nodig hebben voor het uitvoeren van hun arbeid. Het privégebruik van uw werknemers is daarvoor dan niet meer relevant. Het verschil tussen de voorwaarden voor zakelijk gebruik van de mobiele telefoon (> 10%) en de computer (> 90%) vervalt hiermee.

Let op
U bepaalt als werkgever of iets noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden. Alleen als uw werknemer tevens bestuurder of commissaris is, dan moet hij/zij dit zelf aannemelijk maken.

2.2.1.2 Vrijstelling voor voorzieningen op de werkplek
Er komt een gerichte vrijstelling voor enkele voorzieningen op de werkplek waarvoor nu een nihilwaardering geldt. Het maakt dan niet meer uit of u deze voorziening vergoedt, ter beschikking stelt of verstrekt. Er is nog niet aangegeven voor welke werkplekgerelateerde voorzieningen deze gerichte vrijstelling zal gelden.

2.2.1.3 Jaarlijks afrekenen
Nu moet u per aangiftetijdvak beoordelen of de vrije ruimte wordt overschreden en u 80% eindheffing moet betalen. Vanaf 1 januari 2015 toetst u pas in januari van het volgende kalenderjaar of de vrije ruimte is overschreden en betaalt u dan pas de eventueel verschuldigde eindheffing. Bent u een startende werkgever dan ‘verliest’ u dus geen vrije ruimte meer. De vrije ruimte mag bovendien per concern worden berekend. Ook als u een directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent. Of u de concernregeling wilt toepassen bepaalt u in de aangifte over het eerste tijdvak in het volgende kalenderjaar.

Tip
Dit neemt niet weg dat het wel verstandig is om tussentijds te controleren of u de vrije ruimte niet overschrijdt. Zo kunt u een eventuele eindheffing beperken.

2.2.1.4 Vrijstelling voor personeelskorting op eigen producten
De bestaande vrijstelling voor personeelskorting op producten en diensten uit het eigen bedrijf wordt vrijwel geheel overgenomen in de vorm van een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling. Dat is vooral goed nieuws voor het mkb. Net als onder de ‘oude’ regeling van vergoedingen en verstrekkingen mag het voordeel niet meer bedragen dan 20% van de waarde in het economisch verkeer van de producten en diensten en niet meer dan € 500 per werknemer per jaar.

2.2.2 Nieuwe norm voor het gebruikelijk loon van de DGA
Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang (5% of meer aandelenbezit) valt onder de zogenoemde gebruikelijkloonregeling. Er wordt verondersteld dat u als DGA in beginsel tenminste een loon geniet van € 44.000, ongeacht het loon dat feitelijk is uitbetaald. Het gebruikelijk loon kan ook hoger of lager zijn. Voorgesteld wordt om het gebruikelijk loon ten minste te stellen op het hoogste van de volgende bedragen:

  • < >75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van uw bedrijf
  • € 44.000

2.2.2.1 Lagere marge
Als het zakelijk loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger is dan € 44.000, dan mag u uw loon voortaan dus 25% lager vaststellen dan dat zakelijk loon. Daarbij geldt wel als ondergrens dat uw loon niet lager mag zijn dan € 44.000. De doelmatigheidsmarge bedraagt nu nog 30%.

2.2.2.2 Overgangsregeling voor 2015
De Belastingdienst heeft veel afspraken lopen met inhoudingsplichtigen over de hoogte van het loon van de DGA. Het kost ongeveer een jaar om nieuwe afspraken te maken. Daarom geldt voor 2015 dat het loon van de DGA wordt gesteld op 75/70e van het loon in 2013, als dit loon in 2013 hoger was dan     € 43.000, tenzij aannemelijk is dat het in 2015 op grond van de gebruikelijkloonregeling op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld.

2.2.3 Ook in 2015 levenslooptegoed opnemen met belastingkorting
U kunt ook in 2015 het hele levenslooptegoed in één keer opnemen met een korting van 20%. De korting is van toepassing op het levenslooptegoed dat op 31 december 2013 bestond. Het meerdere is belast in box 1. De belastingheffing loopt via uw werkgever. Bij opname mag u ook de levensloopverlofkorting benutten. U hoeft het tegoed niet alleen te gebruiken voor verlof; het is vrij besteedbaar.

Let op
Als u gebruikmaakt van de korting, dan kan de opname van het levenslooptegoed gevolgen hebben voor uw recht op toeslagen.

2.2.3.1 Doorsparen tot 31 december 2021
U kunt ook blijven doorsparen tot uiterlijk 31 december 2021. Heeft u het levenslooptegoed dan nog niet besteed, dan valt het tegoed vrij en wordt belast in box 1. Tot dat moment mag u het levenslooptegoed ook gedeeltelijk opnemen zonder beperkingen. De opnames zijn dan ook belast in box 1.

Tip
U kunt het levenslooptegoed ook inzetten als aanvulling op uw inkomen bij een tijdelijke inkomensterugval door bijvoorbeeld werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.

2.3 OMZETBELASTING

2.3.1 Langer laag btw-tarief bij renovatie woningen en   
         tuinwerkzaamheden

Bent u bouwondernemer? In dat geval is er goed nieuws voor u. U kunt langer gebruikmaken van het 6%-tarief op de arbeidskosten bij de renovatie en het herstel van woningen. Deze tariefsverlaging voor woningen ouder dan twee jaar wordt namelijk verder verlengd tot 1 juli 2015. De verlenging van het lage btw-tarief geldt ook voor de aanleg en het onderhoud van de tuinen bij woningen ouder dan twee jaar, óók als deze niet worden uitgevoerd door een hovenier.

Tip
De toepassing van het 6%-tarief wordt vooral bij onderhoudscontracten nog wel eens vergeten, zo blijkt uit onderzoek. Ook hoveniers passen het verlaagd tarief vaak niet toe. Verricht u verbouwings- of hovenierswerkzaamheden of laat u die verrichten, let er dan op dat op deze werkzaamheden onder voorwaarden het verlaagde btw-tarief van toepassing is. Controleer uw offertes en/of facturen hierop.

2.3.2 Uitbetaling btw-teruggaaf toch op ander rekeningnummer
Sinds 1 december 2013 betaalt de Belastingdienst belastingteruggaven en toeslagen alleen nog uit op een bankrekening die op naam staat van de rechthebbende. Dit leidt tot hoge administratiekosten bij het bedrijfsleven, met name bij uitbetaling aan een gelieerde vennootschap of bij rechtstreekse betaling aan een fiscaal vertegenwoordiger. Dat is ongewenst, vindt de staatssecretaris. Daarom vervalt per 1 januari 2015 de tenaamstellingsverplichting voor de btw-teruggaaf. Tot die tijd mag u onder voorwaarden de btw-teruggaaf al laten uitbetalen op een ander bankrekeningnummer dan dat van uzelf.

3 TIPS EN AANDACHTSPUNTEN NAARJAAR 2014

3.1 TIPS EN AANDACHTSPUNTEN VOOR ALLE ONDERNEMERS

3.1.1 VAR 2014 ook geldig in 2015
U hoeft voor 2015 geen nieuwe VAR aan te vragen als u in 2014 een VAR heeft. Deze VAR geldt ook in de eerste maanden van 2015 totdat de nieuwe webmodule is ingevoerd. Wanneer dat gebeurt, is nog onzeker. Er is bovendien een wetsvoorstel in de maak waarin de medeverantwoordelijkheid wordt geregeld voor de opdrachtgever bij de aanvraag van een nieuwe VAR webmodule. Blijkt achteraf dat de aanvraag onjuist is ingevuld dan kunnen er, anders dan nu, loonheffingen worden nageheven bij de opdrachtgever. Dit betekent dat net als in het verleden weer beoordeeld zal moeten worden of er een gezagsverhouding is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

3.1.2 Doe verzoek teruggaaf buitenlandse btw uiterlijk op 30 september 
         2014

Bent u btw-ondernemer en is aan u in 2013 buitenlandse btw in rekening gebracht door ondernemers in een andere EU-lidstaat? Die btw kunt u (laten) terugvragen via de Belastingdienst. U, of uw adviseur, logt daarvoor in op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt u mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2014 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.

Tip
Wacht niet tot het laatste moment met het doen van het verzoek om btw-teruggaaf. De Belastingdienst verwacht topdrukte aan het eind van de maand. De website raakt daardoor mogelijk overbelast waardoor er problemen ontstaan bij het inloggen.

3.1.3 Maak nog gebruik van de tijdelijke verruimde termijn bij 
         samenloop met de btw

Wordt een nieuwe onroerende zaak binnen 24 maanden na de eerste ingebruikname verkocht, dan geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting (OVB) bij samenloop met de btw. Op 1 januari 2015 gaat deze tijdelijk verlengde termijn weer terug naar 6 maanden. Gebruikt u een nieuw pand in uw eigen bedrijf of verhuurt u dit pand tijdelijk in afwachting van de verkoop? In dat geval geldt de verruimde termijn van 24 maanden nog als u het nieuwe pand vóór 1 januari 2015 voor het eerst in gebruik neemt. Als de ingangsdatum van de verhuur voor de eerste ingebruikname ligt, moet u zorgen dat de verhuur aanvangt vóór 1 januari 2015 om nog in aanmerking te komen voor de OVB-vrijstelling.

3.1.4. Aanzegtermijn nu al in arbeidscontract opnemen
Heeft u als werkgever werknemers in dienst met een tijdelijk arbeidscontract? In dat geval krijgt u te maken met het nieuwe begrip ‘aanzegtermijn’ uit de Wet werk en zekerheid. U moet dan uiterlijk een maand voor afloop van het contract aan de werknemer schriftelijk(!) mededelen of het contract (tegen welke voorwaarden) wordt voortgezet of niet. Wanneer u dit niet doet, eindigt het contract wel, maar moet u aan uw werknemer een boete betalen van maximaal één maandloon. De regeling is van toepassing op alle contracten die aflopen na 1 februari 2015. U kunt in nieuwe contracten expliciet aangeven dat direct wordt aangezegd en dat geen verlenging plaatsvindt. Anders moet u de datum waarop u uiterlijk moet aanzeggen goed agenderen.

3.1.5 Geen proeftijd meer bij contract van 6 maanden of korter
Arbeidsovereenkomsten met een duur van 6 maanden of korter mogen met ingang van 1 januari 2015 geen proeftijd meer bevatten. De regel is opgenomen om kortdurende overeenkomsten te ontmoedigen en moet dus een stukje onzekerheid voor flexwerkers wegnemen. U hoeft zich echter als werkgever niet in grote bochten te wringen om deze regel te ontwijken. U kunt bijvoorbeeld een iets langer contract afsluiten dan 6 maanden of de uitzendconstructie toepassen.

3.1.6 Geen concurrentiebeding meer in tijdelijke contracten
Een andere maatregel uit het de Wet werk en zekerheid die op 1 januari 2015 in werking treedt, is het verbod om een concurrentiebeding op te nemen in een tijdelijk contract. Hierop wordt slechts één uitzondering toegestaan. Alleen als u in de overeenkomst (uitvoerig) formuleert dat sprake is van een zwaarwichtig bedrijfsbelang en dit ook achteraf komt vast te staan, dan is dit beding nog toegestaan.

3.1.7 Maak nog maximaal gebruik van de oude regels voor tijdelijk
         contracten

De verkorting van de maximumperiode waarin u een werknemer een tijdelijk contract mag aanbieden van 3 naar 2 jaar (de ketenregeling) treedt weliswaar pas op 1 juli 2015 in werking, maar u doet er verstandig aan hiermee nu al rekening te houden. Het van kracht worden van de nieuwe ketenregeling betekent dat u vanaf die datum nog maar gedurende twee jaar maximaal 3 contracten kunt aanbieden aan een werknemer. Het ‘nieuwe jaarcontract’ wordt daarom ook wel aangeduid als het ‘8-maandencontract’. Bedenk dat u bij een verlenging vóór 1 juli 2015 nog kan profiteren van het oude recht: de maximale periode van 3 jaar.

Tip
U kunt onder de nieuwe ketenregeling in 2 jaar slechts 3 tijdelijke contracten van maximaal 8 maanden aanbieden. Voorkom dat een tweede arbeidsovereenkomst pas afloopt op (of na) 1 juli 2015, want deze valt dan direct onder het nieuwe recht (maximale periode van 2 jaar). U kunt uiteraard variëren met de periode van verlenging.

3.1.8 Ontslagvergoeding wordt transitievergoeding
Tot 1 juli 2015 zal bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst de huidige kantonrechtersformule blijven gelden bij de berekening van ontslagvergoedingen. Daarna is in de Wet werk en zekerheid vastgelegd wat uw werknemer toekomt bij ontslag. De vergoeding heet voortaan transitievergoeding en die bent u verschuldigd bij ontslag van werknemers met een vast dienstverband, maar ook aan werknemers met een tijdelijk dienstverband, mits de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd. Als echter wordt ontbonden vanwege ernstige verwijtbaarheid van de werknemer, dan bent u deze vergoeding niet verschuldigd.

3.1.8.1 Hoe wordt de transitievergoeding berekend?
De transitievergoeding wordt als volgt berekend. Over de eerste 10 jaar betaalt u 1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar. Over de volgende 10 jaar is dit ½ bruto maandsalaris per dienstjaar. Er geldt een maximum van € 75.000 of (indien het jaarsalaris hoger is) een jaarsalaris. Daarnaast gelden er nog enkele specifieke overgangsregelingen.

3.1.8.2 Voorkom de transitievergoeding
Bij een tijdelijk contract met een duur van 24 maanden dat na 1 juli 2015 eindigt, moet u een transitievergoeding betalen van 2/3 maandsalaris (1/3 maandsalaris per dienstjaar). U kunt dit voorkomen door een arbeidscontract te sluiten dat vóór 1 juli 2015 afloopt. U betaalt dan geen transitievergoeding als het contract niet wordt voortgezet. Mocht u nog een derde arbeidsovereenkomst willen overwegen, dan kunt nog profiteren van de huidige (oude) gunstige ketenregeling. Uiteraard zult u bij afloop van dit laatste contract wel een vergoeding moeten betalen.

3.1.8.3 Regeling voor kleine werkgevers
Bent u een kleine werkgever? In dat geval is het voor u van belang om in het tweede halfjaar van 2014 er op te letten dat u gemiddeld niet meer dan 25 werknemers in dienst heeft. U kunt dan namelijk tot 1 januari 2020 gebruikmaken van een overgangsregeling bij de Wet werk en zekerheid als u na 1 juli 2015 onverhoopt werknemers moet ontslaan om bedrijfseconomische redenen. Met toepassing van deze regeling bespaart u veel geld omdat bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding niet het hele arbeidsverleden van de ontslagen werknemer meetelt, maar slechts het arbeidsverleden vanaf 1 mei 2013.

Let op
U moet uw slechte financiële situatie wel kunnen aantonen aan de hand van de jaarrekeningen over de 3 voorgaande jaren.

3.1.9 Let op nieuw opzegverbod voor uw 'arbowerknemers'
Schakelt u bij het opstellen en uitvoeren van de risico-inventarisatie en -evaluatie of bij het verzuimbeleid eigen werknemers in? Nemen zij bijvoorbeeld ziekmeldingen aan, melden deze door aan de arbodienst en onderhouden zij contact met zieke collega’s? Veel mkb-werkgevers besparen zo op de kosten voor het arbobeleid. Dat is immers een stuk goedkoper dan de inhuur van externe deskundigen. Maar pas op: vanaf 1 juli 2015 wordt een nieuw opzegverbod van kracht voor deze werknemers.

Tip
Wilt u als werkgever de mogelijkheid blijven behouden om – als de noodzaak zich daartoe voordoet – deze ‘arbowerknemers’ toch te kunnen ontslaan? Pas uw arbobeleid in dat geval aan ruimschoots vóór 1 juli 2015.

3.1.10 Russische boycot: vraag werktijdverkorting aan
Wordt uw bedrijf getroffen door de Russische boycot? Weet u dat u dan gebruik kunt maken van de werktijdverkortingsregeling? Voorwaarde is wel dat u daardoor geconfronteerd wordt met een arbeidscapaciteitsvermindering van meer dan 20%? U kunt in dat geval voor de werknemers voor wie u een loondoorbetalingsverplichting heeft, de aanvraag voor werktijdverkorting indienen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en vervolgens ww-aanvragen bij het UWV. U ontvangt de ww-uitkering en de medewerkers blijven gewoon in dienst. De periode waarvoor de werktijdverkortingsregeling geldt bedraagt minimaal 2 en maximaal 24 weken. Deze periode kan 1 keer worden verlengd voor afloop van de eerste termijn. Het ministerie van SZW heeft formulieren ter beschikking gesteld waarmee u een aanvraag kunt indienen.

3.1.11 Invoering terugkeerpremie (middel)grote eigenrisicodragers
          ZW/WGA

Bent u een (middel)grote eigenrisicodrager voor de ZW/WGA en heeft u uitkeringslasten? In dat geval kunt u terugkeren naar het publieke bestel bij het UWV, waarbij u uw bestaande uitkeringslasten kunt achterlaten bij uw verzekeraar. U betaalt dan de eerste 2 jaren in het publieke bestel de minimumpremie ZW/WGA, een onderdeel van de premie Werkhervattingskas. Hierin komt per 1 januari 2015 verandering. Dan wordt er een terugkeerpremie ingevoerd, waarbij u wordt verplicht om in de eerste 2 jaren na terugkeer 50% van de in uw sector geldende sectorpremies te betalen.

Tip
Laat daarom voordat u beslist terug te keren naar het publieke bestel eerst door een deskundige de premiegevolgen hiervan berekenen. Dit geldt met name als u in een sector valt met hoge sectorpremies ZW-flex of WGA. In het geval u beslist volgend jaar terug te keren naar het publieke bestel, zorg er dan voor dat u de terugkeeraanvraag vóór 1 oktober 2014 heeft ingediend.

3.1.12 Profiteer nog dit jaar van de premiekorting oudere
           uitkeringsgerechtigden

De leeftijd voor de premiekorting voor oudere uitkeringsgerechtigden gaat vanaf 1 januari 2015 omhoog van 50 naar 56 jaar. Dit betekent voor u dat u voor het in dienst nemen van 50- tot en met 55-jarige uitkeringsgerechtigden geen premiekorting (maximaal 3 jaren, € 7.000 per jaar) meer kunt krijgen. Is aan u voor personen in deze leeftijdsgroep tot 1 januari 2015 al premiekorting verleend? In dat geval blijft de bestaande premiekorting voor de resterende looptijd intact. Dus zorg dat u nog dit jaar van de premiekorting profiteert.

Let op
De premiekorting past u zelf toe bij de loonaangifte. U moet wel zorgen dat u in het bezit bent van een doelgroepverklaring van de oudere werknemer. Hierin staat dat de werknemer een uitkering had, voordat hij bij u in dienst kwam. Deze verklaring vraagt de werknemer aan bij het UWV.

3.1.13 Ook premiekorting bij indienstneming jongere
           uitkeringsgerechtigde

Neemt u tussen 1 januari 2014 en 1 januari 2016 een jonge werknemer aan? Dan kunt u onder voorwaarden maximaal 2 jaar een premiekorting krijgen als deze werknemer tussen de 18 en 27 jaar is én een ww- of bijstandsuitkering heeft. De premiekorting bedraagt maximaal € 3.500 per jaar. Heeft u al kwalificerende jongeren aangenomen op of na 1 januari 2014 maar vóór 1 juli 2014, dan kunt u de premiekorting claimen sinds 1 juli jl. De 2-jaarstermijn begint dan te lopen. Voor jongeren die u aanneemt vanaf 1 juli 2014 tot 1 januari 2016 gaat deze termijn lopen bij de start van de dienstbetrekking. De korting kan dus niet langer worden toegepast dan tot en met het aangiftetijdvak dat eindigt op 31 december 2017. In 2014 bedraagt de premiekorting € 1.750, de helft van het jaarbedrag, omdat de korting pas sinds 1 juli jl. wordt uitbetaald.

Let op
Er zijn naast de al genoemde voorwaarden meer eisen waaraan u moet voldoen. Zo moet u de jongere minimaal een halfjaarcontract geven voor minimaal 32 uur per week. Daarnaast moet u een doelgroepverklaring van het UWV of de gemeente bij uw loonadministratie bewaren.

Tip
Als u de premiekorting voor uitkeringsgerechtigde jongeren toepast, loont het de moeite om vooraf even bij de gemeente te informeren naar de voorwaarden en hoogte van een jongerenvoucher. Dit is een subsidie van € 2.500 per halfjaarcontract. U kunt mogelijk zowel premiekorting als subsidie krijgen.

3.1.14 Pak nu arbeidsomstandigheden en scholing aan van uw
           werknemers

Wist u dat u als werkgever vanaf 1 juli 2015 te maken krijgt met forse gevolgen bij onvoldoende zorg voor de arbeidsomstandigheden en scholing van uw werknemers? Hoewel dit nog ver weg lijkt, doet u er verstandig aan hier nu al werk van te maken. Bij ontslagverzoeken vanaf 1 juli 2015 toetst het UWV of de rechter namelijk of u aan deze wettelijke inspanningen heeft voldaan over een periode daarvoor. Diverse juristen denken zelfs dat het UWV of de rechter bij ontslagverzoeken vanaf 1 juli 2015 de inspanningen van werkgevers zullen toetsen over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het verzoek.

Let op
Onvoldoende zorg voor de arbeidsomstandigheden en/of scholing van uw werknemers kan leiden tot het niet honoreren van een voorgenomen ontslag of tot hogere vergoedingen die u boven de transitievergoeding (ontslagvergoeding) aan uw werknemer moet betalen. Ook kunnen slechts de scholingskosten voor brede inzetbaarheid van de werknemer in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

3.1.15 Voorkom sancties en benut premiekortingen optimaal
U moet voldoende re-integratie-inspanningen leveren voor uw zieke werknemers. Als u dat niet doet dan volgen er sancties. Die actieve rol wordt van u ook verwacht ten aanzien van de nieuwe bevoegdheid uit de Wet werk en zekerheid die de hoogte van werkloosheidspremies, arbeidsongeschiktheidspremies en premiekortingen afhankelijk maakt van uw inspanningen ter bevordering van duurzame arbeidsparticipatie van uw werknemers. U doet er dan ook verstandig aan om een totaalbeleid te laten opstellen inzake re-integratie en bevordering van arbeidsparticipatie. Op die manier kunnen sancties worden voorkomen en kunnen premiekortingen optimaal worden benut.

Tip
Leg de maatregelen schriftelijk vast in uw loonadministratie. Ook daartoe bent u verplicht.

3.1.16 Opnieuw pensioenregelingen aanpassen
itmaal omdat op 1 januari 2015 de percentages voor pensioenopbouw verder worden verlaagd. Het maximale opbouwpercentage voor middelloonregelingen gaat van 2,15 naar 1,875 en voor eindloonregelingen van 1,9 naar 1,657. Dit leidt in 40 jaar tijd tot een pensioen van 75% van het gemiddelde loon of 67% van het eindloon. Bij een ouderdomspensioen dat op een beschikbare premieregeling is gebaseerd, bedraagt dit percentage na 40 jaar 75% van het pensioengevend loon op de pensioendatum. Laat tijdig beoordelen of uw pensioenregelingen in overeenstemming zijn met deze nieuwe regels. Realiseer u daarbij dat met name een aanpassingstraject voor een verzekerde pensioenregeling tijd vergt. De verlaging van de opbouwpercentages leidt niet automatisch tot een lagere werknemersbijdrage. Zeker wanneer de werknemersbijdrage een vast percentage van de pensioengrondslag is.

3.1.17 Let op bij werkgeversbijdrage voor bijsparen nettolijfrente of
           nettopensioen

Vanaf 1 januari 2015 wordt de grondslag waarover pensioen kan worden opgebouwd, gemaximeerd op € 100.000. Voor het loon boven € 100.000 kan vrijwillig worden bijgespaard via een nettolijfrente of nettopensioen. U kunt als werkgever het bijsparen fiscaal ondersteunen. Daaraan is wel de voorwaarde verbonden dat als u een werkgeversbijdrage verstrekt voor deelname aan de nettolijfrente of het nettopensioen, dan moet u deze bijdrage tot minimaal hetzelfde bedrag ook verstrekken aan werknemers die daar niet aan deelnemen.

3.2 TOPS EN AANDACHTSPUNTEN VOOR ONDERNEMERS ZONDER
       B.V.

3.2.1 Nog dit jaar toevoegen aan de oudedagsreserve
Voldoet u aan het urencriterium en had u op 1 januari 2014 de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt? In dat geval kunt u 10,9% van uw winst aan een oudedagsreserve toevoegen met een maximum van € 9.542. De ten laste van de winst gekomen pensioenpremie komt op de dotatie in mindering. Bovendien kunt u toevoegen voor zover uw ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar meer bedraagt dan de oudedagsreserve aan het begin van het jaar. Doteer dit jaar nog maximaal aan uw oudedagsreserve. In 2015 wordt het dotatiepercentage verlaagd tot 9,8% en het maximum tot € 8.640.

3.2.2 Eerste 'collectieve pensioenregeling'' voor ZZP-ers
Bent u een zelfstandige zonder personeel(zzp-er) en bouwt u nu geen pensioen op? Dan is er goed nieuws voor u. U kunt vanaf 2015 belastingvriendelijk sparen voor uw oudedag. Er komt voor het eerst een eigen pensioenregeling voor de zzp-er. U bepaalt zelf of u deelneemt en u bent ook niet gebonden aan de inleg van een vast bedrag. Daarnaast mag u zelf kiezen hoe lang de uitkering loopt: 10, 15 of 20 jaar. Ook bestaat de mogelijkheid om het gespaarde geld aan te spreken tijdens langdurige arbeidsongeschiktheid.

3.2.3 Bent u er al uit met het ziekenhuis?
U verliest als vrijgevestigde medisch specialist per 1 januari 2015 uw zelfstandig declaratierecht. Hierdoor eindigt voor u ook het fiscaal ondernemerschap. Ziekenhuizen en specialisten houden echter een keuze voor vrij beroep of loondienst. Dit staat in het Zorgakkoord dat in 2013 is gesloten. Kiest u voor het vrije beroep, dan kunt u gebruikmaken van enkele samenwerkingsmodellen, waarbij u zich kan verenigen in een maatschap of een BV. Deze vennootschappen kunnen vervolgens met het ziekenhuis een samenwerkingsovereenkomst sluiten.

Pas op
Bij de keuze voor vrij beroep of loondienst speelt het behoud van het fiscaal ondernemerschap een belangrijke rol, maar ook andere kwesties kunnen spelen. Bent u volgend jaar in loondienst dan verliest u uw fiscale faciliteiten als ondernemer zoals de aftrek van beroepskosten, de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

3.3 TIPS EN AANDACHTSPUNTEN VOOR ONDERNEMERS MET B.V.

3.3.1 Maak in 2014 gebruik van het lage box-2 tarief
Bent u directeur-grootaandeelhouder en bent u van plan om aan uzelf een winstuitkering te doen of om uw aanmerkelijk belangaandelen in uw BV te verkopen? Doe dat dan nog in 2014. Dit jaar is het belastingtarief voor inkomen uit een aanmerkelijk belang tot € 250.000 verlaagd van 25% naar 22%. Heeft u een fiscale partner? In dat geval heeft ook uw partner recht op het lage box-2 tarief. In totaal kunnen u en uw partner dus in 2014 € 500.000 dividend (of winst bij verkoop van de aandelen) ontvangen tegen een tarief van 22%.

3.3.2 Maak nog gebruik van de afkoopregeling voor uw stamrecht
U kunt dit jaar uw stamrechtaanspraak zonder beperkingen in één keer uit uw stamrecht-BV opnemen, waarbij 80% van de uitkering in box 1 wordt belast. U hoeft dan ook geen 20% revisierente te betalen. Belangrijke voorwaarde is dat u de ontslagvergoeding uiterlijk heeft gestort op 15 november 2013. Later gestorte ontslagvergoedingen komen niet voor de 80%-regeling in aanmerking. Ook uw nabestaande kan bij uw overlijden van deze regeling gebruikmaken, mits sprake is van algehele afkoop van uw stamrecht in 2014. Uw nabestaande wordt dan ook als werknemer aangemerkt en kan zo in 2014 gebruikmaken van de 80%-regeling.

3.3.2.1 Wel of niet afkopen?
Of afkoop voor u (of uw nabestaande) aantrekkelijk is, hangt onder meer af van de toekomstige behoefte aan periodieke uitkeringen. Heeft u uw ontslagvergoeding ondergebracht in een stamrecht-BV, dan is ook de positie van de BV van belang. Uw BV moet immers over de afkoop loonbelasting inhouden en afdragen. De BV moet bij uitbetaling in één keer dan wel over voldoende liquide middelen beschikken. Ook het belastingtarief is van belang voor uw keuze. Bij afkoop betaalt u belasting over 80% van de waarde van het stamrecht, bij gespreide uitbetaling betaalt u belasting over 100% van de periodieke uitkeringen.

Tip
Bij afkoop van een stamrechtaanspraak in een eigen BV moet u de afkoop vastleggen in een overeenkomst met uw BV. Kortom u doet er verstandig aan om een deskundige in te schakelen bij uw afweging om wel of juist niet tot afkoop van uw stamrecht over te gaan.

3.3.2.2 Gedeeltelijke uitkering van uw stamrecht
U mag ook een deel van uw stamrechtaanspraak in 2014 vervroegd opnemen, mits u de ontslagvergoeding uiterlijk op 15 november 2013 heeft gestort. Dat gebeurt dan tegen de waarde in het economisch verkeer. Een gedeeltelijke opname is volledig belast in box 1. De 80%-regeling geldt dan dus niet. U hoeft echter ook bij een gedeeltelijke uitkering geen revisierente (20%) te betalen.

3.3.3 Alsnog verruimd verlies verrekenen
Bent u ondernemer in de vennootschapsbelasting en had u verliezen in 2009, 2010 en/of 2011? U kon deze verliezen in dat geval tot eind 2012 tijdelijk en onder voorwaarden verrekenen met winsten uit de 3 voorafgaande jaren. Normaliter kon u slechts 1 jaar achterwaarts verlies verrekenen. Heeft u niet of te laat voor deze tijdelijke regeling gekozen, dan kan dit alsnog als na 2012 blijkt dat er in een jaar toch nog een belastbare winst is (bijvoorbeeld door een navordering) waarmee u het verlies uit 2009, 2010 of 2011 kunt verrekenen. Heeft u wel tijdig gekozen voor de verruimde verliesverrekening, maar daardoor geen Vpb-teruggaaf ontvangen, dan mag u toch nog 9 – in plaats van 6 – jaar voorwaarts verliezen verrekenen.

3.3.4 Aftopping pensioengevend loon op € 100.000: laat uw DGA-
        pensioen checken

Vanaf 1 januari 2015 wordt de grondslag waarover pensioen kan worden opgebouwd, gemaximeerd op € 100.000. Bent u DGA en bouwt u pensioen op? In dat geval doet u er verstandig aan om in verband met deze wijziging uw pensioenregeling te laten checken. Zo moet het maximum van € 100.000 zijn opgenomen in uw pensioenovereenkomst, ook al genoot u feitelijk een lager loon! Geniet u nu een loon van meer dan € 100.000, dan verdient het aanbeveling om de hoogte van de eventueel verzekerde risicokapitalen te laten beoordelen. Wellicht kunnen die omlaag.

3.3.4.1 Partnerpensioen vanaf 2015 ook omlaag
De aftopping van het pensioengevend loon heeft ook gevolgen voor de omvang van het partnerpensioen dat vanaf 1 januari 2015 wordt toegekend. Voor het al opgebouwde partnerpensioen heeft de aftopping geen gevolgen; dat blijft onaangetast. De maximering van het pensioengevend loon geldt niet voor het arbeidsongeschiktheidspensioen.

3.4 TIPS EN AANDACHTSPUNTEN VOOR ALLE BELASTINGBETALERS

3.4.1 Meld tijdig uw eigenwoninglening
Als u in 2013 een woning heeft gekocht met een lening van uw ouders of van uw eigen BV, dan kunt u de rente alleen in aftrek brengen op uw box-1-inkomen als u de gegevens over die lening tijdig meldt bij de Belastingdienst. Dat kan bij de aangifte IB 2013, maar moet uiterlijk zijn gedaan op 31 december 2014. Wordt uw aangifte IB 2013 dus pas na 31 december 2014 ingediend, dan moet u de melding dus al uiterlijk voor het einde van dit jaar hebben gedaan. Bij een niet-tijdige melding vervalt de renteaftrek over 2013.

Let op
De op 1 januari 2013 ingevoerde renseigneringsplicht voor leningen van niet-administratieplichtigen geldt alleen voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan. U hoeft dus geen gegevens te melden van een op 31 december 2012 bestaande lening. Dat geldt ook als na 1 januari 2013 de rente van deze lening is of wordt gewijzigd.

3.4.1.1 Meld tijdig wijzigingen in de eigenwoninglening
Heeft u in 2013 een eigenwoninglening bij uw familie gesloten of bij uw eigen BV en heeft u die lening in 2014 gewijzigd, zorg er dan voor dat u dit tijdig meldt bij de Belastingdienst. De wijziging moet vóór 1 februari 2015 zijn gemeld om renteaftrek te behouden. Als u dit niet tijdig doet, dan vervalt de renteaftrek over 2014.

3.4.2 Vraag tijdig voorlopige aanslag aan en betaal minder box-3
         belasting

Bepaalde belastingschulden komen niet in mindering op de rendementsgrondslag van box 3. U kunt hieraan ontkomen door de inspecteur te verzoeken een voorlopige aanslag op te leggen en deze voor het einde van het jaar te betalen. Door de betaling van het bedrag van de aanslag vermindert uw banktegoed en dus de grondslag van box 3. Legt de inspecteur echter de aanslag niet tijdig op, dan kunt u niet tijdig betalen en dus kunt u de belastingschuld niet in aanmerking nemen in box 3. Maar daarvoor bestaat een tegemoetkoming, waarvan u gebruik kunt maken als u vóór 1 oktober 2014 schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag verzoekt (of door uw adviseur laat verzoeken) mag u de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari 2015 als betaald beschouwen bij de berekening van de grondslag van box 3.

3.4.3 Benut de 80%-regeling bij opname gestorte ontslagvergoeding
Heeft u uiterlijk op 15 november 2013 uw ontslagvergoeding bij een verzekeraar of in een bancaire variant gestort? In dat geval mag u de aanspraak in één keer opnemen, waarbij 80% van de uitkering in box 1 wordt belast. U hoeft dan ook geen 20% revisierente te betalen. Ook uw nabestaande kan bij uw overlijden van deze regeling gebruikmaken, mits sprake is van algehele opname in 2014. Uw nabestaande wordt dan ook als werknemer aangemerkt en kan zo in 2014 gebruikmaken van de 80%-regeling.

Let op
Of opname voor u (of uw nabestaande) aantrekkelijk is, hangt onder meer af van de toekomstige behoefte aan periodieke uitkeringen. Ook het belastingtarief is van belang voor uw keuze. Bij afkoop betaalt u belasting over 80% van de waarde van het stamrecht, bij gespreide uitbetaling betaalt u belasting over 100% van de periodieke uitkeringen.

3.4.3.1 Gedeeltelijke opname mag ook
U mag ook een deel van uw aanspraak in 2014 vervroegd opnemen, mits u de ontslagvergoeding uiterlijk op 15 november vorig jaar heeft gestort. Dat gebeurt dan tegen de waarde in het economisch verkeer. Een gedeeltelijke opname is volledig belast in box 1. De 80%-regeling geldt dan dus niet. U hoeft echter ook bij een gedeeltelijke uitkering geen revisierente (20%) te betalen.

3.4.4 Profiteer nog van de tijdelijke verhoogde schenkingsvrijstelling
         eigen woning

U kunt nog tot 1 januari 2015 een belastingvrije schenking doen van € 100.000. Deze tijdelijke regeling wordt niet verlengd. De begiftigde moet de schenking gebruiken voor de aankoop of de verbouwing van een eigen woning. Ook mag de eigenwoningschuld of een restschuld van een verkochte eigen woning ermee worden afgelost. U mag de schenking ook doen aan een ander dan uw kind. Voor u als schenker verlaagt de schenking uw vermogen in box 3.

3.4.4.1 Check de boetebepaling
Wilt u als begiftigde de schenking gebruiken voor de aflossing van een deel van uw hypotheekschuld? Check dan eerst de boetebepaling in de leenovereenkomst met uw bank. Daarin is vaak bepaald dat u niet meer dan een jaarlijkse aflossing van 10% (soms 20%) mag doen op straffe van een boeterente. Enkele banken berekenen geen boeterente als u van deze schenkingsvrijstelling gebruikmaakt. Maar er zijn ook banken die u alleen tegemoetkomen voor zover uw woning ‘onder water’ staat. Is dat niet het geval, dan krijgt u wel boeterente in rekening gebracht voor zover u meer aflost dan de jaarlijks toegestane aflossing.

3.4.5 Benut nog de verlengde termijn in de overdrachtsbelasting bij
         doorverkoop

Verkoopt u een woning of bedrijfspand binnen 36 maanden na de aankoop door, dan betaalt de koper alleen overdrachtsbelasting (OVB) over de meerwaarde. Deze 3-jaarstermijn is tijdelijk en gaat op 1 januari 2015 weer terug naar 6 maanden. U kunt de verruimde termijn gebruiken voor woningen of bedrijfspanden die u in de periode 1 september 2012 tot 31 december 2014 heeft aangekocht. Een eind 2014 aangekocht pand moet u dan uiterlijk eind 2017 hebben doorverkocht.

3.4.6 Bijsparen met nettolijfrente of nettopensioen
Vanaf 1 januari 2015 wordt de grondslag waarover pensioen kan worden opgebouwd, gemaximeerd op € 100.000. U kunt wel voor het loon boven € 100.000 vrijwillig bijsparen via een nettolijfrente of nettopensioen. De premie-inleg is niet aftrekbaar en moet u dus betalen uit uw nettoloon. De inleg is gemaximeerd op de premie die nodig is voor een aanspraak van 1,875% van het loon boven € 100.000. De uitkering uit de nettolijfrente (of het nettopensioen) is onbelast. De aanspraken op de nettolijfrente of het nettopensioen zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting in box 3.

Let op
U mag de bijgespaarde nettolijfrente of nettopensioen eerder opnemen maar dat wordt wel gesanctioneerd. Een forfaitair geschat bedrag van het genoten box-3-voordeel (van de vrijstelling) wordt dan alsnog in aanmerking genomen in box 3.

3.4.7 Profiteer nog optimaal van de lijfrentepremieaftrek
Ook voor de jaarruimteberekening geldt dat het inkomen van maximaal € 100.000 in aanmerking wordt genomen. Het inkomen voor de premiegrondslag wordt verminderd met een bedrag van € 11.829. Dit is de AOW-franchise in 2015. Hierdoor is de premiegrondslag nooit meer dan € 100.000 - € 11.829 = € 88.171. Dit jaar bedraagt de maximumpremiegrondslag nog € 162.457. Profiteer daarom nog dit jaar optimaal van de aftrek lijfrentepremie in de jaarruimte of reserveringsruimte.

3.4.8 Maatregelen voor oudere werklozen uitgebreid
Sinds oktober 2013 is er een subsidieregeling voor werkloze 55-plussers. Die regeling is onlangs uitgebreid naar werkloze 50-plussers. De subsidieregeling kan worden gebruikt voor een korte om- of bijscholing (maximaal 1 jaar). U kunt de subsidie zelf of via een werkgever vooraf aanvragen bij het UWV. De subsidie vergoedt maximaal € 750 van de scholingskosten. De scholing moet wel opleiden tot een beroep dat ook echt perspectief biedt op een baan. Het UWV beoordeelt bij de aanvraag of daarvan sprake is. U moet verder minimaal 3 maanden werkloos zijn en een intentieverklaring van een werkgever hebben die u na de om- of bijscholing in dienst neemt. De subsidieregeling loopt tot 30 september 2015.

3.4.8.1 Ook subsidie voor bemiddelaars
Ook bemiddelaars krijgen een vergoeding toegekend als zij oudere werklozen aan een (duurzame) baan helpen. Zij kunnen deze vergoeding aanvragen binnen 30 dagen na 3, 6 en 12 maanden vanaf het moment waarop zij een werkloze oudere hebben geplaatst. Het uitzendbureau krijgt een plaatsingsbonus van € 300 bij een plaatsing voor minimaal 3 maanden. Bij een plaatsing voor minimaal zes maanden komt daar € 700 bij. Bij een plaatsing van minimaal 1 jaar bedraagt de bonus in totaal € 1.500. Voorwaarde is dat de werkloze aan de slag gaat voor minimaal de helft van het aantal uren waarvoor hij een ww-uitkering krijgt. Daarbij geldt een minimumaantal uren van gemiddeld 12 uur per week.

3.4.9 Meer arbeidskansen voor mensen met een beperking
Heeft u een beperking waardoor u moeilijk aan een baan kunt komen? Volgend jaar moet dit anders worden met de invoering van de Participatiewet. U krijgt dan meer kansen op de arbeidsmarkt via de uitvoering door de gemeenten. Werkt u nu al op een sociale werkvoorzieningsplek, dan behoudt u uw bestaande rechten en plichten.

Let op
Heeft u een Wajong-uitkering en bent volledig arbeidsongeschikt? In dat geval blijft u ook volgend jaar bij het UWV. Heeft u een Wajong-uitkering maar kunt nog wel werken, dan valt u in beginsel volgend jaar onder de gemeente.

4 ONLANGS IN WERKING GETREDEN WET- EN REGELGEVING

4.1 UWV verstrekt u op verzoek gegevens over ziektewet-of WGA-
      uitkeringen

Heeft u zieke werknemers in dienst? Wist u dat u sinds 1 juni jl. de gegevens over de door hen ontvangen ziekengeld- en/of WGA-uitkeringen kunt opvragen bij het UWV? Deze gegevens zijn voor u van belang omdat de uitkeringen kunnen meetellen voor de hoogte van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas. Sinds 1 juni 2014 mag het UWV u op uw verzoek kosteloos gegevens verstrekken die mede afkomstig zijn van de Belastingdienst. Het gaat om de begindatum en vermoedelijke einddatum van de uitkering(en), het BSN en de naam van de werknemer.

Let op
U mag deze gegevens alleen geanonimiseerd verstrekken aan uw verzekeraar. De nieuwe bepalingen gelden zowel voor publiek verzekerde werkgevers als voor eigenrisicodragende werkgevers. U kunt bij het opvragen van de gegevens over arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bij het UWV verwijzen naar de nieuwe wettelijke bepalingen uit het Besluit SUWI dat op 1 juni 2014 is aangepast.

4.2 Pas zo snel mogelijk de algemene voorwaarden van uw webwinkel 
      aan

Heeft u een webwinkel? En heeft u uw website of algemene voorwaarden al aangepast aan de strengere regels uit de nieuwe Consumentenwet? Sinds 13 juni 2014 gelden er namelijk strengere voorwaarden voor webwinkels. Met name de regels rondom het herroepingsrecht zijn van belang. De consument heeft voortaan vanaf de totstandkoming van de overeenkomst 14 dagen de tijd om af te zien van zijn koop (of dienst). U moet hem hierover informeren. Doet u dit niet, dan krijgt de consument extra bedenktijd voor het herroepen van de koop tot 1 jaar! Er zijn ook strengere voorwaarden voor de uitleg van het recht van retour, de wettelijke garantie, de procedure voor het retourneren en de daarmee samenhangende kosten. Op uw website of via uw algemene voorwaarden moet u deze rechten kenbaar maken en duidelijk uitleggen.

5 AANHANGIGE WET- EN REGELGEVING

5.1 Wijzigingen in pensioen in eigen beheer op komst
Het ziet er naar uit dat u het pensioen in eigen beheer voortaan in de vorm van een fiscale oudedagsreserve zult moeten opbouwen. De staatssecretaris heeft aangeven dat zijn voorkeur hiernaar uitgaat. Hij ziet in een beschikbare premieregeling in eigen beheer te veel complicaties. In het najaar komt er meer duidelijkheid over de nieuwe vormgeving van het pensioen in eigen beheer. Het belangrijkste is wat er gaat gebeuren met de al opgebouwde rechten. Normaliter blijven er tot in lengte van jaren twee regimes naast elkaar bestaan: opbouw oud (eindloon/middelloon) en oudedagsreserve - nieuw.

5.2 Vrijwilligerswerk zonder korting op de WW
Bent u werkloos en wilt u graag vrijwilligerswerk doen zonder dat uw ww-uitkering wordt gekort? Dit wordt binnenkort mogelijk gemaakt. Er ligt een voorstel om de regels voor vrijwilligerswerk te verruimen. U kunt dan vrijwilligerswerk doen dat nu al door vrijwilligers wordt gedaan. Nu is het nog zo dat als u vrijwilligerswerk doet dat elders in het land door een betaalde kracht wordt gedaan, u gekort wordt op uw ww-uitkering. Uitgangspunt blijft dat het vrijwilligerswerk niet leidt tot verdringing van betaald werk. De nieuwe regels moeten dit najaar ingaan.